Bericht uit de media.

Erwin Dam vindt net zoveel plezier in het fluiten van Con Zelo 4 tegen LSVV 7 (geel)

 

Erwin Dam fluit niet meer in dienst van de KNVB. Afgewezen op de stoep van het betaalde voetbal, vond scheidsrechter plezier terug

Erwin Dam vindt net zoveel plezier in het fluiten van Con Zelo 4 tegen LSVV 7 (geel)© Foto RedMouse

Ruud Ramler

Woensdag 17 november 2021 om 08:00

WAARLAND

Erwin Dam stond als scheidsrechter op de stoep van het betaalde voetbal. Hij haalde het niet. Dat was zeker teleurstellend. Aan de andere kant kwam het plezier dat er niet meer was juist daarna terug.

Arbiter Erwin Dam (32) fluit nog steeds. ,,Omdat ik er blij van word.’’ Zij het alleen nog op vrijdagavond in de zaal en zondagmorgen op het veld. In twee gevallen bij Con Zelo, waar hij voorzitter is van de voetbalafdeling. Op de zaterdagen dat hij altijd onderweg was past Erwin Dam weer in de plannen van het gezin. Hij heeft afscheid genomen van de bond. ,,Maar stel dat het weer begint te kriebelen; scheidsrechters zijn er daar altijd wel nodig.’’ Hij gaat ze als aankomend KNVB-docent ook zelf helpen opleiden.

Eigenlijk kwam het moment van stoppen nog tamelijk pardoes. ,,Nee, er sluimerde niets. We hadden het net thuis nog gehad over de planning van de weekeinden. Een dag later raakte ik na de thuiswedstrijd van het eerste in gesprek met de voorzitter van onze omnivereniging. Hij vroeg hoe het ging en ik vertelde alles. Die avond kwam het besef waar ik mee bezig was. Hele zaterdagen van huis, niets kunnen afspreken. En waar haalde ik plezier uit? Het fluiten van wedstrijden! Dat kon ook dichter bij huis.’’

Met dat antwoord, tegen zichzelf in de spiegel, trok Erwin Dam een deur dicht waar hij negentien jaar lang, vanaf zijn dertiende, doorheen was gegaan. ,,Ik begon met wedstrijden bij de pupillen van Con Zelo. Dat jonge voetballers wedstrijden floten was het beleid van de club. Daar bleek meteen dat ik het best leuk vond en als mannetje van twee turven hoog ook overtuigd was van mezelf. Ik stuurde meteen de coach van de tegenpartij naar de kantine. Hij moedigde zijn team uiteraard aan maar schreeuwde daarbij onbehoorlijk. Ja, hij ging ook. Ik werd die wedstrijd ondersteund door de toenmalige scheidsrechterscoördinatoren.’’ Via de basisopleiding scheidsrechter en jeugdgroepen floot Erwin Dam op 19-jarige leeftijd zijn eerste seniorenwedstrijd. ,,Tot dat moment voetbalde ik ook nog. Omdat ik doorstroomde naar het talententraject vond de KNVB het verstandiger als ik daarmee stopte. Om het risico op blessures te verkleinen. En zeker ook gezien mijn ambitie om de top te halen.’’

Mede door de intensieve begeleiding van de KNVB, de kansen om zich te bewijzen in het rijpingsproces waar jonge scheidsrechters doorheen gaan, lonkte zelfs het betaalde voetbal. ,,Ik kwam met net te kort bagage binnen om door te stromen. Ik was begonnen met fluiten omdat ik het leuk vond. Het werd daarna ook een kans om een stuk levenservaring op te doen. Gaandeweg was fluiten bij de profs wel een doel geworden. Maar juist toen, in die talentenvijver, merkte ik dat het niet zozeer meer ging om het plezier maar dat presteren voorop stond. Toen ben ik de lol een beetje verloren. Die vond ik pas terug toen ik het betaalde voetbal niet haalde. Op dat moment baalde ik. Ik was ambitieus, wilde iets bereiken. Later ging ik het steeds minder erg vinden. Ik denk, achteraf, dat ik het ook minder lang had volgehouden dan nu.’’

Zijn boek met herinneringen omvat mooie hoofdstukken in de hoofdklasse bij de amateurs, toen de laatste halte voor het plafond. ,,Daar kon ik mijn manier van fluiten veel meer in kwijt. Ik heb graag contact met spelers en ga discussies niet uit de weg. Te amicaal, vond de KNVB.’’ In zijn ogen moet een scheidsrechter laten blijken dat hij de baas is. ,,Noem het pedant, overwicht of zelfvertrouwen. Ik houd het op overtuiging dat jij de controle hebt.’’ Nooit liep het uit de hand. ,,Ik heb twee keer een wedstrijd moeten staken. Eenmaal had een speler zijn tong ingeslikt. De andere was vanwege een massale vechtpartij. Nee, niet naar mij toe gericht. In de tuchtzaak bleek juist dat ik meester over de situatie was gebleven.’’